UTRECHT - In tijden van terroristische dreiging, zou de kerk vooral met nuchterheid moeten reageren. Dat zegt terrorismedeskundige dr. Beatrice de Graaf in CV*Koers.
"Nuchterheid is een christelijke deugd, die vandaag van grote waarde is. In de kerk word je toegerust om vanuit een eigen identiteit je plek in te nemen in de samenleving en mee te werken aan het welzijn van anderen", zegt De Graaf in een interview met CV*Koers. "Het is belangrijk dat mensen in de kerk zich terdege verdiepen in kwesties die de sfeer in de samenleving bepalen. Met kennis van zaken en een afgewogen kijk kun je ervoor zorgen dat vanuit de kerk het theater van angst en vervreemding niet wordt gestimuleerd."
Beatrice de Graaf (1976) studeerde Geschiedenis en Duitse taal- en letterkunde in Utrecht en Bonn. Vanaf 2007 is ze verbonden aan het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Campus Den Haag/Universiteit Leiden, waar ze als universitair hoofddocent een onderzoeksgroep leidt naar de geschiedenis van nationale veiligheid (met een NWO-Vidibeurs). Ze is lid van de Jacobikerk te Utrecht en onder meer voorzitter van de Vereniging voor Christenhistorici. Onlangs verscheen haar nieuwe boek ‘Het theater van de angst. De strijd tegen terrorisme in Nederland, Duitsland, Italië en Amerika'. In dit boek beschrijft De Graaf hoe je terrorisme het beste kunt bestrijden. Kort door de bocht gezegd: door er niet te veel aandacht aan te geven. De praktijk is vaak anders. De Graaf: "Uit alles wat riekt naar religieus gemotiveerd geweld, proberen bepaalde politici munt te slaan, in de hoop op electoraal gewin. Daarmee geef je een podium aan de terroristen, iets dat je juist zou moeten vermijden. Voor je het weet stimuleer je radicalisering, wat weer kan leiden tot nieuwe aanslagen."
Aandacht
Terroristen willen namelijk vaak maar een ding: aandacht. "Een terrorist pleegt een aanslag om een doel te bereiken. De aanslag zelf is een middel, een tactiek. Zijn doel is bijvoorbeeld angst aanjagen, of een regering ervan weerhouden militaire troepen uit te zenden naar bijvoorbeeld Afghanistan of Irak. Dat betekent voor de reactie van de overheid: als je veel aandacht schenkt aan de terroristen, maak je het theater groot. Dat geeft de terroristen energie en grond onder de voeten. Bovendien schept het angst onder de bevolking. De overheid is succesvoller als zij paniekerigheid vermijdt, geen ‘theater maakt' en waakzaam en nuchter blijft - en natuurlijk hard optreedt waar nodig."
Ook ziet De Graaf een tendens om elk risico in de samenleving uit te vergroten om vervolgens tot een politiek issue te maken. "Dat zorgt ervoor dat bestuurders vaak enorm bezig zijn met hun reputatie: doe ik het goed in de ogen van de bevolking? Politiek zou moeten gaan over de aanpak van concrete problemen, maar er is een vage maar belangrijke dimensie bij gekomen: de publieke beoordeling of jij adequaat optreedt. Dat leidt veel sneller tot paniek."